zondag 26 februari 2012

Tien-minuten-gesprek met juf

Als ik op de refreshknop druk ratelen de mailtjes binnen. Hé een van juf. Ik klik hem gelijk aan, wat onhandig is, want de mailtjes ratelen nog steeds en dus druk ik de verkeerde in.

Of we, zoals was afgesproken, op het tien-minuten-gesprek willen komen. Mijn hartslag verhoogt meteen. Wat is er nu weer aan de hand. Nee, pep ik mijzelf op, niet gelijk het ergste denken. Het rapport was prima, dus dat kan het niet zijn. Z’n gedrag dan? Nee, zeg ik opnieuw tegen mezelf, wacht het gesprek nu even af. En dat lukt me aardig.

‘Hebben jullie nog vragen, anders begin ik.’, zegt juf. Wij hebben vragen genoeg. Gaat het goed in de klas? Is hij niet te druk? Vraagt hij veel of probeert hij het ook zelf? Hoe is hij tussen de leswisselingen door? Hoe gaat het ’s ochtends vroeg? Hoe ligt hij in de groep?

Eigenlijk komt alles aan bod. Het gaat heel goed met zoonlief op school. Hij heeft vriendjes. Doet zijn stinkende best. Wat heerlijk om te horen. Toch ziet juf dat er nog steeds een discrepantie is tussen de citoscores en de rapportcijfers. Er valt dus nog ergens winst te behalen, maar waar? Juf stelt voor dat zoonlief aan het einde van het schooljaar alle cito’s weer buiten de klas maakt om te zien hoe het dan loopt.

Ruim twintig minuten later lopen we vol trots naar buiten. Wat hebben we toch een heerlijk kind! En wat fijn dat juf dat ook vindt!

maandag 13 februari 2012

Adhd en autisme ... zo kan het ook!

Zondag heeft zoonlief de hele dag met Lars gespeeld! Voordat we naar Lars gingen hebben we, zoals we eigenlijk altijd doen, zoonlief geïnstrueerd. ‘Eh lieverd, als Lars alleen maar zijn eigen zin doet, moet je dat wel aangeven.’ ‘Ja mam, dat zeg ik echt wel.’ Zucht. Zo van, moet je dat nou alweer zeggen?

Even later. ‘Luister lieverd, je gaat samen met hem spelen hoor. Als hij de hele tijd alleen gaat spelen moet je naar ons toe komen, oké?’ ‘Mam, dat weet ik nu wel. Dan zeg ik het echt wel.’

Onze waarschuwingen waren totaal overbodig. Lars en zoonlief hebben de hele ochtend een spelletje gespeeld en zelfs op het ijs ging het er leuk aan toe!! Het was echt genieten beiden zo bezig te zien. Ze hadden veel plezier samen en overlegden waar nodig.

’s Middags ging het mis. Lars wilde iets anders doen dan zoonlief. Ze konden er samen niet uit komen.  Goed zo, ze kwamen allebei voor zichzelf op. De oplossing was dat zoonlief naar huis werd gebracht. Maar wij waren er niet, wij waren schaatsen. En dus kwam zoonlief bij Lars terug, die intens verdrietig was dat z’n vriendje naar huis toe was gebracht. Verrassing … hij was er weer.

Toen wij zoonlief kwamen ophalen waren ze weer heerlijk samen aan het spelen. Ze wilden zelfs samen bij ons eten. Gezellig, kom maar mee! Ik werd er nogmaals in bevestigt dat zoonlief beslist de kaas niet door Lars van zijn brood laat eten. Sterker nog, het lijkt wel alsof hij zijn hakken fors in het zand steekt. Goed zo jongen, goed zo. Lars kan het wel hebben. Jullie zijn aan elkaar gewaagd!

woensdag 1 februari 2012

Adhd en autisme

Mam, ik wil met vriendje spelen.’, zegt zoonlief als hij uit school komt. ‘Ehh, oké, dat is goed.’, is mijn toch wat aarzelende antwoord. Want vriendje kan niet zo goed door een deur met de oudste. Er komt herrie van, is mijn ervaring. Maar goed, dat zien we dan wel …

Zoonlief met adhd kan niet zo heel goed opschieten met vriendje met autisme. Nu ligt dat niet aan autisme, maar aan de combinatie autisme en het karakter van dit vriendje en het karakter van zoonlief met adhd. Dit kindje is zo stellig overtuigd dan zijn eigen gelijk dat zoonlief daar behoorlijk geïrriteerd van wordt. Zeker als zoonlief weet dat vriendje geen gelijk heeft, gaat hij net zo lang door met redeneren totdat er ruzie komt.

Na een uur is voor mij de maat helemaal vol. Ik heb zoonlief in dat uur zo moeten afremmen dat hij er onzeker van wordt. Natuurlijk wordt hij ook onzeker door het gedrag van dit kindje.

Ik vraag zoonlief wat hem zo irriteert aan het kindje. Het duurt even, maar dan zegt zoonlief dat hij het niet leuk vind dat het vriendje steeds zo boos reageert. In zijn beleving is dat boos, maar het is meer de stelligheid waarmee dit kindje reageert waar zoonlief geïrriteerd van wordt.

Ik probeer hem uit te leggen hoe de gedachtegang van dit kindje met autisme werkt en welke invloed dat heeft op zijn gedrag. ’Ohhh’, zegt hij, ‘maar dat ken ik wel dat heeft Vincent ook?’ Ja lieverd dat klopt. ‘Maarre heeft Lars dat soms ook mama?’ Ik ben te verbouwereerd om iets uit te kunnen brengen.
Het is bij Lars niet gediagnosticeerd (lees = is niet onderzocht), maar hij heeft zeer sterke kenmerken van autisme.

‘Waarom denk je dat lieverd?’ ‘Nou Lars doet ook zo.’ Hij heeft gelijk, helemaal gelijk. Als hij wat groter is hoop ik dat hij door de stelligheid van deze onzekere kinderen heen kijkt en ziet wie ze werkelijk zijn!

(De personen zijn echt, maar de namen zijn fictief.)
(Zoonlief met adhd speelt veel met Vincent en speelde veel met Lars totdat hij verhuisde!)