zaterdag 19 november 2011

Het gesprek en de uitslag

Het is midden op de dag. We zitten in de wachtkamer van het onderzoekscentrum. Precies twee weken na de door ons gecancelde afspraak. Best een beetje vreemd. Maar het moet. We willen graag de uitslagen van de onderzoeken nader besproken hebben.

In het telefoongesprek dat ik anderhalve week eerder met de therapeut voerde kon ik al opmaken dat zoonlief adhd heeft. Ik had haar gevraagd of er iets uit het onderzoek naar voren was gekomen. Ze wilde het eigenlijk niet door de telefoon zeggen, maar heeft het toch gedaan. En dat was toch wel even een schok.
Nu zitten we in de wachtruimte, wachtend op de toelichting die komen gaat. Het is een saaie kamer. Niet veel te zien of te beleven. Veel leesmateriaal, maar het meeste ken ik inmiddels wel. De spelletjes zijn uitdagend en leuk, maar om daar nu aan te beginnen … Dan maar koffie.

Ineens zitten we aan tafel met de therapeut. Ze geeft een uitgebreide toelichting op de onderzoeken die zijn uitgevoerd. Ze vertelt leuke en interessante  details over testen en de daaruit voortvloeiende resultaten. Tenslotte geeft ze belangrijke aanbevelingen voor ons en voor school. We nemen gelijk enkele beslissingen en maken vervolgafspraken.

Adhd dus, niet helemaal verwacht, maar toch ook weer wel. We dachten eerder add. Maar gaandeweg hoorden we en zagen we dat z’n onrust hem steeds meer in de weg ging zitten. Door het verminderen van zijn schoolweg, ebde ook een stukje onrust weg. Maar of dat genoeg is?

Diezelfde middag nog loop ik naar school. Een kort gesprek met de juf. Gelijk maar even de resultaten vertellen. Het gesprek krijgt een wel zeer verrassende wending …

dinsdag 15 november 2011

Het uiteindelijke gesprek?!

Spannend het uiteindelijke gesprek waarin de resultaten van het onderzoek zullen worden besproken. We zijn benieuwd wat het ons oplevert. Maar naarmate de dag naderbij komt, nemen de krachten van mijn moeder af.

Maandag, de dag van het gesprek, word ik vroeg in de ochtend gebeld. Het is tijd om naar het ziekenhuis te komen. Hoe de situatie er precies voorstaat is niet helemaal duidelijk. Opschieten en haast maken dus. Manlief is net de deur uit naar zijn werk. De kinderen zijn zich aan het aankleden. Rennen vliegen haasten, maar alles loopt meer dan gesmeerd. Kids ondergebracht. Onderweg worden manlief en ik gebeld dat we rustig kunnen rijden.

Tegen het einde van de ochtend bellen we het onderzoekscentrum met de mededeling dat mijn moeder stervende is. Enkele uren later, het begin van de middag, hoor ik voor de laatste maal haar ademhaling. Haar tijdelijke leven is vergleden in het Eeuwige bestaan.


Mijn leven lijkt even stil te staan, maar dat van de kinderen gaat onverminderd door. Ik moet, ondanks de rollercoaster van emoties waarin ik mij bevind, daarin mee. Ik moet, in het belang van mijn kind, school bellen. Ik druk juf op het hart dat zoonlief alle cito’s buiten de klas moet maken. Geen cito uitgezonderd, of hij dat nu leuk vindt of niet. In een mailtje bevestig ik dat de therapeut het idee zeer ondersteunt, ook gezien de huidig omstandigheden.

En zo maakt zoonlief alle cito’s buiten de klas. Ik waak ervoor om er iets over te zetten. Bang als ik ben dat ik hem onder druk zet. Zoonlief moet er zelf mee komen, maar dat doet hij niet zo snel. Af en toe stel ik een vraag, maar laat aan hem over wat hij er over willen zeggen.

We zitten in de wachtkamer van het onderzoekscentrum, de uitslag wacht!

woensdag 9 november 2011

In gesprek met de intern begeleider (IB-er) en juf

Half april

Juf mailt. Of we samen op gesprek willen komen. De Intern begeleider zal er ook bij zijn. Oké dit is foute boel. We hoeven nooit samen op gesprek te komen, alleen als het serieus is. En dat is het vast en zeker. Ik erger me aan het feit dat juf onduidelijk is. Ze laat me in haar mail niet weten wat ze willen bespreken. Mijn onzekerheid neemt toe. Ik wil me geen week hoeven afvragen waar het gesprek over zal gaan.

Ik bel de intern begeleider, maar krijg haar niet te pakken. Uiteraard, want ze wil natuurlijk eerst de juf spreken, voordat ze mij te woord staat. ’s Middags is ze op kantoor. Ik vraag haar waar het gesprek over gaat. Een hoop vaag gepraat is het antwoord. Zucht, hier heb ik dus niets aan en merk plompverloren op: ‘Gaat het er over dat zoonlief blijft zitten?’ ‘Ehh, ja dat willen we wel bespreken ja.’ Niet leuk om te horen natuurlijk, maar zeg ik: ‘Ik vind dat jullie daar duidelijk over moeten zijn en ons hier niet een hele week over in onzekerheid moeten laten zitten.’ De intern begeleidster begrijpt het.
We hebben een week om aan het idee te wennen en tegen de tijd dat het gesprek plaatsvindt hebben wij onze strategie al bepaald. Dat maakt het gesprek ook heel makkelijk. Het lijkt er sterk op dat zoonlief het jaar over gaat doen. Ze weten zich niet zo goed raad met zoonlief en zeker niet met de tegenstrijdige resultaten die hij heeft behaald. Wij begrijpen dat en gaan helemaal mee in hun idee, tot (naar ons idee) opluchting van juf en de IB-er. Wij willen het beste voor ons kind en als dat het beste is doen we dat.

We krijgen alle medewerking. Zowel juf als de intern begeleider denkt mee. Dat is echt ontzettend fijn! Ook wij dragen ons steentje bij om de rest van de schoolperiode voor zoonlief zo vlot mogelijk te laten verlopen. We geven wel aan dat we niet eerder een besluit nemen dan dat zoonlief de laatste citotoetsen van het schooljaar heeft gemaakt. We willen de resultaten afwachten. Tevens besluiten we dat alle cito’s buiten de klas worden afgelegd, om zo de prikkels tot het minimum te beperken.

De onderzoeken bij het onderzoekscentrum staan al gepland, maar moeten nog plaatsvinden …