’s Middags heb ik een kort gesprek met meester. Even
kennismaken. Laten weten dat we ervoor openstaan om onze bijdrage waar nodig te
leveren. Terloops vraag ik meester of hij een verschil gemerkt heeft tussen de
ochtend en de middag. Maar hij heeft geen verschil gezien. Hmmm, oké?!
Een later zeg ik tegen meester dat zoonlief op een nogal
ongelegen tijdstip naar de stop-denk-doe-training moet. Een stukje van de
schooltijd, waar ik een ontzettende hekel aan heb. Meester antwoordt dat hij
vindt dat er wel meer kinderen in de klas zitten die deze cursus kunnen
gebruiken. Hierop houdt ik wijselijk mijn mond, maar ben het helemaal met hem
eens.
Met de eerste schooldag, start ook sport weer en de stop-denk-doe-training.
Zoonlief is alleen. Als ik zoonlief moet geloven mag hij werkelijk alles doen
tot zelfs op de tafel staan. Wat hij overigens niet heeft gedaan. Gelukkig is
het een training waarin veel wordt gedaan in plaats van gesproken. Dat vindt
zoonlief ook. Maakte ik me nog zorgen of zoonlief het wel leuk vond, hij kwam
met een verlegen smile uit de kamer. Misschien niet z’n allerliefste bezigheid,
maar het geeft wel hoop voor de volgende sessies.
Ik ben benieuwd wanneer wij de vruchten van de training
zullen zien. Hij kreeg nog geen opdracht mee naar huis, maar dat komt wel. Is
zoonlief wat afwachtend, wij ook …
